Longread: Het Switel-drama, 25 jaar na de brand

Longread: Het Switel-drama, 25 jaar na de brand

december 31, 2019 0 Door Karen

Geschreven samen met Elien Prophète, Baldwin Verhoeven en Gert Sevens

Leestijd: 10min

Een kwarteeuw geleden werd Antwerpen uit de sfeer van de feestdagen getrokken. 31 december 1994 eindigt voor de 450 gasten van het Switel-hotel in een catastrofe. 15 mensen komen om het leven in een felle brand, 164 anderen raken zwaargewond. Inmiddels zijn we 25 jaar later. Wat liep er die bewuste avond allemaal fout? Hoe zindert de ramp nog na? Hieronder leest u het verhaal van de brand met aandacht voor getuigen en de juridische gevolgen van een van de grootste rampen uit naoorlogs België.

Onheil op het Kievitplein

Antwerpen, 31 december 1994. Naar jaarlijkse gewoonte viert een groot aantal genodigden oudjaar in de Tenerife-feestzaal van het Switel-hotel. De 450 gasten hebben de tijd van hun leven in de prachtig ingerichte zaal. Er hangt nog steeds een kerstsfeer en tal van versierde kerstbomen hebben de zomerse Tenerife-zaal omgetoverd tot een gezellig winterwonderland. Kaarsen fonkelen en verspreiden een heerlijke gloed over de gasten. Zijden doeken hullen de ingang in een prachtig droomtafereel en duizenden gekleurde crêpepapieren lintjes hangen aan het plafond. Kurkdroog zijn ze.

Het is iets voor elf en het diner is ten einde. Lisa Del Bo heeft net haar optreden afgerond en terwijl de gasten wachten op hun dessert is de liveband aan hun set begonnen. Enkele feestvierders bevinden zich al op de dansvloer om 1995 swingend in te zetten. Om 22u50 kijkt een van de muzikanten plots angstig de zaal in. Zijn blik is gericht op iets wat helemaal achteraan gebeurt. Iemand roept “mijn God, kijk naar die vlam!” Dan pas wordt de steekvlam opgemerkt. Sommigen maken zich meteen uit de voeten maar de meeste gasten blijven zitten, erop vertrouwend dat weldra de sprinklers in gang zullen schieten. Maar er zijn geen sprinklers. Het kurkdroge dak vat meteen vuur. Dertig seconden lang raast er een vuurbal door de Tenerife-zaal. De ravage is compleet. Mensen lopen over elkaar richting de uitgang. Er heerst grote paniek en gitzwarte rook verstikt de vluchtende menigte. Later zou beweerd worden dat het de kerstbomen aan de ingang zijn geweest die vlam vatten, maar dat is nooit achterhaald kunnen worden. Want van de zaal is niets meer heel gebleven.

Eenmaal buiten zet het drama zich voort. Pas wanneer de eerste schok verwerkt is en de mensen in de regen bekomen, komt de gruwel van het drama aan het licht: brandwonden. Het eerste kwartier is er nog geen officiële hulp te bespeuren. Buurtbewoners snellen toe en dienen de eerste zorgen toe. Het zijn voornamelijk de joden die rond het Kievitplein wonen die zonder enige aarzeling hun huizen openstellen. De slachtoffers met de ergste brandwonden worden meteen binnenshuis gebracht en in badkuipen in koel water ondergedompeld. Taxi’s rijden het parkeerterrein waar de meeste van de feestgangers zich hebben verzameld op en af en brengen slachtoffers naar ziekenhuizen in de buurt. De eerste taxichauffeur ter plekke neemt zijn taak zo ernstig dat hij zonder pardon de bareel die de parking afschermt omverrijdt. Na ongeveer twintig minuten komt de officiële hulpverlening echt op gang. Er worden zelfs militaire helikopters ingezet om alle slachtoffers naar ziekenhuizen te brengen. Ook kersvers burgemeester Leona Detiège, die uitgerekend die nacht de sjerp van voorganger Bob Cools overneemt, is ter plaatse. De hulpverlening duurt de hele nacht lang. Tegen de ochtend bevinden alle slachtoffers zich in ziekenhuizen in Antwerpen, Brussel en Neder-Over-Heembeek, maar ook in Nederland en Duitsland.

Leona Detiège vertelt hoe ze haar eerste nacht als burgemeester beleefde. 

Een beproeving voor de hulpdiensten

De hulpverlening tijdens de Switel-brand verliep volgens getuigen allesbehalve van een leien dakje. De omvang van de ramp was ongewoon groot, maar er was ook een politiestaking aan de gang en het duurde lang voordat de hulpdiensten ter plaatse waren. Bovendien stond volgens dezelfde getuigen de onderlinge communicatie tussen brandweer, politie en medische diensten niet volledig op punt. Wat waren de exacte omstandigheden tijdens de Switel-brand? En hoe ziet de situatie er 25 jaar later uit?

Hulpdiensten lang onderweg

Nadat de brand in het Switel-hotel om 23u01 gemeld werd, was het lang wachten vooraleer de hulpverlening op gang kwam. Volgens getuigen in De Volkskrant arriveerden politie en ambulances pas na twintig minuten. Ook Remy Van den Bogaert, één van de gasten op het feest, bevestigt dat verhaal. “Ik heb voortdurend op mijn horloge zitten kijken”, vertelt hij. “Zeven à acht minuten nadat ik via de nooduitgang buiten was geraakt kwam de eerste ambulance toe. Die was duidelijk niet op de hoogte van de omvang van de ramp. De ambulancier sprintte naar de ziekenwagen om versterking op te roepen. Ik heb nog nooit iemand zo snel zien lopen. Pas vijftien minuten later kwamen de eerste andere ambulances toe. Een kwartier langer heeft het geduurd, omdat ze de eerste berichten niet geloofden.”

“Een kwartier langer heeft het geduurd, omdat ze de eerste berichten niet geloofden.”

Luc Beaucourt was als coördinator van het medisch rampenplan bij de brand betrokken. Hij nuanceert de commentaren van de getuigen. “Twintig minuten tussen het binnenkomen van een oproep en het ter plaatse zijn van de ploegen is niet lang. De eerste mensen waren binnen de tien minuten ter plekke, maar door de omvang van de ramp moesten er teams uit verschillende regio’s, zoals Herentals en Turnhout, komen. Die staan niet binnen de vijf minuten in Antwerpen. Naar mijn mening waren de interventietijden normaal, ook voor 2019.” Ook Bert Brugghemans, zonecommandant van de Antwerpse brandweer, heeft zijn vragen bij de juistheid van de tijden die de getuigen aanhaalden. “Vandaag zouden die tijden in ieder geval onmogelijk zijn. Gemiddeld zijn wij in de zone Antwerpen binnen de 7’45” aanwezig, maar gezien de locatie aan het Kievitplein spreken we eerder over vier à vijf minuten.” Politiewoordvoerder Wouter Bruyns kon geen exacte cijfers meegeven, maar bevestigde dat tijden boven de twintig minuten vandaag nooit meer zouden voorkomen.

Politiestaking

Een belangrijke factor die meespeelde op de avond van de Switel-brand was de politiestaking die aan de gang was. “De staking zorgde wel voor extra paniek”, getuigt oud-burgemeester Leona Detiège. Radio en televisie werkten hard mee om zoveel mogelijk mensen te verwittigen en op te roepen om te komen helpen. Dat had gelukkig effect. Naast de ploegen die al ter plaatse waren, zijn er door de oproep later nog extra politieploegen komen helpen.”

Een staking op oudejaarsavond, één van de drukste avonden in het jaar voor de politie, is verre van ideaal. Zou een staking op zo’n drukke avond 25 jaar later nog steeds kunnen plaatsvinden? “Dat zou zeker kunnen”, bevestigt Patrick Roijens van politievakbond VSOA. “Wij houden geen rekening met de kalender. Als de omstandigheden zo zouden zijn dienen wij een stakingsaanzegging in. De datum van die aanzegging is bepalend, want als de staking later bevestigd wordt, voeren we exact tien dagen na de aanzegging acties uit.” De overheid heeft echter altijd het recht om manschappen voor een minimale dienstverlening op te vorderen. “Hoeveel manschappen dat precies zijn, is afhankelijk van politiezone tot politiezone. Maar de minimumdienst is de minimumdienst. Het is dus niet zo dat het aantal manschappen tijdens een staking afhankelijk is van bepaalde evenementen.”

Coördinatie tussen de hulpdiensten

Nog volgens getuigen verliep de coördinatie tussen de verschillende hulpdiensten allesbehalve vlot. Zo schreef De Volkskrant dat de ambulances het Switel-hotel niet snel genoeg konden bereiken omdat de brandweerwagens hen de toegang blokkeerden. “Ook dat is weer van de pot gerukt”, reageert voormalig spoedarts Luc Beaucourt. “Dat zijn commentaren van mensen die niet weten hoe hulpverlening loopt. Je moet weten dat het Switel-hotel omgeven was door nauwe straten. Ik denk ook dat het blussen van de brand prioritair is op het doorlaten van ambulances, want als het blijft branden kunnen wij als medische discipline niet ter plaatse komen.”

Hoe dan ook, 25 jaar na de brand verloopt de coördinatie tussen de verschillende hulpdiensten heel wat anders. “Het verschil tussen 25 jaar geleden en nu is dat we vroeger geen standaardmethodieken hadden om crisissituaties aan te pakken”, stelt Bert Brugghemans, zonecommandant van de Antwerpse brandweer. “Vroeger waren zulke situaties te vaak afhankelijk van het toeval, van wie er juist aanwezig waren en of die personen elkaar kenden. Vandaag zijn die methodieken er wel en werken we op een zeer professioneel niveau.”

Eén van de belangrijkste veranderingen kwam er in 2007, toen de functie van ‘coördinator van de crisis’ gecreëerd werd. “Die persoon is specifiek verantwoordelijk voor de coördinatie van en communicatie tussen de verschillende hulpdiensten”, aldus Brugghemans. “De diensten werken afzonderlijk en elk volgens hun eigen hiërarchie, maar de coördinatie van en communicatie tussen brandweer, politie en medische diensten verloopt via hem of haar.” Daarnaast is de laatste jaren enorm ingezet op opleidingen, zowel voor de coördinator van de crisis als voor de leidinggevenden van de verschillende diensten. “Daarbij gaat onder andere veel aandacht naar de positionering van verschillende wagens”, vertelt Brugghemans. De zonecommandant benadrukt wel dat de vele innovaties van de laatste jaren de problematiek nooit helemaal kunnen oplossen: “We zitten in Antwerpen in een stedelijk context, met veel smalle straten. Dat maakt dat de coördinatie van een crisis vaak geen gemakkelijke opdracht is.”

De juridische nasleep

Het Switel-drama zette zich verder in de rechtszaal. Spilfiguur in het verhaal is cateringmanager Luk Serré, die jarenlang verantwoordelijk werd geacht voor de oorzaak van de brand.

Zondebok gezocht

“Ik besef wat er me boven het hoofd hangt: ik dreig de schuld te krijgen van één van de grootste rampen uit de naoorlogse geschiedenis.” Aan het woord is Luk Serré, toenmalig cateringmanager en organisator van het Switel-feest, in zijn persoonlijk relaas Ik kreeg de schuld van de Switel-ramp. Serré wordt drie jaar na de brand opgeroepen om voor de raadkamer te verschijnen. Hij zou daarbij als bliksemafleider dienen van Eddy Walravens, die destijds directeur was van het hotel. Zo poneert Walravens’ advocaat voor de raadkamer dat zijn cliënt de facto niets had te zeggen over wat er tijdens de bewuste avond had plaatsgevonden. “Mijn cliënt was volkomen vreemd aan de organisatie van het eindejaarsevenement”, aldus de verdediging. De pleitbezorger doet er nog een schepje bovenop door alle schuld in de schoenen van Serré te schuiven. De cateringbaas zou de brandende kaarsen te dicht bij de kerstbomen hebben geplaatst waardoor de vonk letterlijk kon overslaan. Quod erat demonstrandum? Het verdict komt als een mokerslag. De raadkamer volgt de redenering van de advocaat over de hele lijn en Serré wordt als enige verdachte doorgestuurd naar de correctionele rechtbank.

Al snel wordt duidelijk dat Serré diep in de penarie zit. De Switel-directie laat haar werknemer als een baksteen vallen en de onfortuinlijke dient bijgevolg voor alle advocatenkosten op te draaien. Serré belandt in het ziekenhuis waar hij gedurende een week moet bekomen van een psychologische crisis. Eenmaal uitgerust wordt hij door een klant van het hotel in contact gebracht met meester Joris Vercraeye. Die stelt zich kandidaat om de publicitair interessante zaak voor Serré te bepleiten. Het wordt alvast geen sinecure.

Kroongetuigen

Op 11 mei 1998 trekt Serré naar de rechtbank voor wat het eigenlijke begin van zijn proces zou worden. Reeds bij aanvang voelt hij zich verloren. Eén van de Switel-overlevenden heeft namelijk diezelfde ochtend in Gazet van Antwerpen getuigd dat de cateringmanager “in ieder geval onachtzaamheid kan worden aangewreven”. Het proces begint pittig. Meester Vercraeye, Serrés pleitbezorger, steekt van wal en wijst op hiaten in het onderzoek. Het blijkt evenwel moeilijk opboksen tegen de verklaringen van een vijftiental ‘kroongetuigen’, die allemaal een verschillende kijk hebben op de oorzaak van de brand. Toch is het voor de beklaagde niet allemaal kommer en kwel. Twee dagen later verklaart alweer een getuige namelijk het volgende in de krant: “Als je ziet hoe roekeloos de mensen kunnen zijn, moet je vaststellen dat die brand eender waar had kunnen gebeuren. Die man die nu terechtstaat, is ook maar een zondebok.” En er is nog goed nieuws voor Serré: een werkneemster van het hotel getuigt op de valreep in zijn voordeel. Serré zal evenwel geduld moeten hebben: de uitspraak volgt pas midden juni.

“De man die nu terechtstaat is ook maar een zondebok.”

Vrijspraak

Vier weken later wordt Serré door advocaat-generaal Marc Tack vrijgesproken. Tack acht de beschuldigde organisator wel degelijk verantwoordelijk voor de opstelling van de zaal maar vindt dat hij de fout niet zelf heeft veroorzaakt. De zaak is echter nog niet gesloten. Na een aantal bijkomende getuigenissen oordeelt de advocaat-generaal op 29 januari 2000 dat Serré toch schuldig is voor opzettelijke brandstichting, waardoor het proces kan herbeginnen. Toch is er iets niet helemaal koosjer aan de beslissing. De Switel-directie lijkt namelijk simpelweg op zoek te zijn naar een stok om de hond te slaan: een verantwoordelijke die de schade dient te bekostigen. Het hotel ligt dan ook in de knoei met haar verzekeringsmaatschappij Ciga, die slechts wil vergoeden indien er sprake is van burgerlijke verantwoordelijkheid. Serré moet met andere woorden strafrechtelijk worden veroordeeld of het hotel zit in slechte papieren. Deze feiten zullen op hun beurt een juridisch draagvlak creëren waardoor de moegestreden vijftiger op 7 oktober definitief zal worden vrijgepleit.

Vuurwerkverbod

Behalve Serré raken ook heel wat slachtoffers verwikkeld in een jarenlang juridische proces. Zo moeten ze de strijd aangaan met de betrokken verzekeringsmaatschappijen die de schadevergoedingen dienen te bekostigen. Een rechtstreeks gevolg van de brand is dan ook de wijziging in de wetgeving die ervoor zorgt dat organisatoren van evenementen voortaan verplicht zijn om op voorhand een brandverzekering te nemen. Ten slotte heeft de ramp mede aan de wieg gestaan van het Antwerps vuurwerkverbod. Volgens de toenmalige burgemeester Leona Detiège kwamen er in navolging van de Switel-brand dan ook regelmatiger controles door de Dienst Leefmilieu. Desondanks blijft er het probleem van de geografische context. “We wonen in Antwerpen vlakbij de Nederlandse grens, waardoor velen naar onze noorderburen trekken om alsnog aan vuurwerk te kunnen geraken”, aldus de gewezen sp.a-politica.

Getuigen aan het woord

De aanwezigen van het feest dragen nog steeds de gevolgen van ramp. Velen liepen zware brandwonden op. Maar ook zij die de vlammen konden ontvluchten zijn getekend door het drama.

De Deurnese bakkersfamilie Van den Bogaert vierde in 1994 voor het eerst oudejaarsavond in het hotel. Hoewel ze er fysiek heelhuids uitgekomen zijn, heeft de brand een grote indruk op hen nagelaten. De jaren nadien hebben ze oudjaar dan ook rustig thuis gevierd. Dochter An, op het moment van de brand zwanger van haar eerste kind, voelt zich ook nu nog steeds minder op haar gemak bij grote evenementen dan vroeger: “Telkens als ik nu in een grote zaal kom, kijk ik nog altijd eerst hoe ik weg kan geraken als er iets zou gebeuren. Ik ga regelmatig met mijn dochter naar het toneel, maar als ik dan plaatsen boek kijk ik eerst op het zaalplan waar de dichtstbijzijnde uitgang is en kies ik op basis daarvan mijn plaats. Ik zal niet meer zomaar overal gaan zitten.” Ze vertelt ook hoe ze nu emotioneler reageert op negatieve gebeurtenissen: “Mijn dochter heeft toevallig pas een ongeluk gehad. Je merkt dat je daar dan anders op reageert, emotioneel is het veel zwaarder. Ook wanneer iemand zich verbrandt in de bakkerij reageer ik daar heel hevig op.”

An Van den Bogaert | © Karen Verstraelen

Na de ramp kreeg de familie een kaartje toegestuurd met verontschuldigingen van de organisatie en werd hen de kosten van de avond terugbetaald. Ze kregen ook slachtofferhulp aangeboden, waar An op ingegaan is en ze erg dankbaar voor is. “Via het traumateam ben ik naar een psycholoog gegaan waar ik veel heb geleerd. Ik heb er achteraf ook zelf veel mensen mee kunnen helpen: mensen die iemand dierbaar hebben verloren, of een kind hebben dat ziek is… Ik heb heel lang als vrijwilliger palliatieve begeleiding gegeven. Dat is het enige positieve dat uit de ramp voortgekomen is, die slachtofferhulp.”

An herinnert zich nog goed hoe de joden uit de buurt onmiddellijk buiten kwamen om de eerste hulp aan de slachtoffers te bieden, nog voor de hulpdiensten arriveerden. De joden waren erg goed voorbereid op zulke situaties en hadden al het materiaal voorhanden. An vindt het dan ook jammer dat dit bij ons veel minder vanzelfsprekend is. Vader Remy vervoegt het gesprek en staat haar bij: “Wij staan als Vlamingen op dat vlak enorm achter. Ze zouden in de middelbare scholen alle leerlingen een vak EHBO moeten geven, want iedereen krijgt vroeg of laat met zulke situaties te maken. En met één keer een namiddag te oefenen kom je er niet. Wij hebben zelf met onze eigen ogen gezien hoe belangrijk het is deze vaardigheden onder de knie te hebben.”

Ook bij Leona Detiège liet de brand een grote indruk na: “Wanneer ik thuiskwam na de ramp was het ochtend. Ik heb dan nog eerst wat zitten napraten om van de situatie te bekomen. Maar het is iets dat je niet vergeet. Van alle rampen die ik de voorbije 25 jaar heb meegemaakt blijft de Switel-brand mij toch het meeste bij.” Net zoals de slachtoffers draagt ook de oud-burgemeester de gebeurtenis mee in haar dagelijkse leven: “Als ik bij andere mensen thuis kaarsjes zie staan, probeer ik die zonder iets te zeggen zo ver mogelijk van brandbaar materiaal zoals de kerstboom te zetten. Dat is een reflex geworden en gebleven. We kunnen niet voorzichtig genoeg zijn.”

Leona Detiège | © Karen Verstraelen